De omweg naar Santiago

Een paar weken geleden kreeg ik van een kennis het boek ‘De omweg naar Santiago’, geschreven door Cees Nooteboom in 1992. De titel intrigeert me. In het boek doet de schrijver verslag van zijn omzwervingen in Noord-Spanje en neemt hij de lezer mee op ontdekkingstocht door de geschiedenis, kunst en cultuur van het land. Nooteboom is geen pelgrim in de strikte zin, hij reist per auto en neemt een hele bibliotheek aan boeken met zich mee. Hij noemt zichzelf reiziger. Ik citeer de mooiste ( en langste?) zin uit het boek: ‘Nog één keer wil ik nu die reis maken, en ook nu weet ik dat ik de rechte lijn niet zal volhouden, dat weg voor mij nooit iets anders kan betekenen dan omweg, het eeuwige, zelfgemaakte labyrint van de reiziger die zich elke keer weer laat verleiden door een zijweg, en door de zijweg van die zijweg, door het geheim van de onbekende naam op de wegwijzer, door het silhouet van het kasteel in de verte waar nauwelijks een weg naar toe gaat, door wat er misschien achter de volgende heuvel of bergrug te zien zal zijn.’

Camino als omweg

Fascinerend welke werelden hij met taal kan oproepen. Wij liepen in het voorjaar van 2016 naar Santiago de Compostella en als je 800 kilometer moet lopen, dan loop je het liefst niet met al te veel omwegen. Wel kozen we altijd voor de mooiere en soms wat langere variant zodat we niet kilometers langs de snelweg hoefden te lopen. Bij de omweg naar Santiago denk ik echter niet alleen aan de feitelijke route die gelopen wordt. Dat je als pelgrim op weg gaat is op zich al een omweg. Waarom blijf je niet lekker thuis? Wat maakt dat je verwacht dat de route en de eindbestemming iets voor je zullen doen?
Ik geloof dat je in beweging moet komen om de dingen die er echt toe doen in je leven te ontdekken. Sommige inzichten ontstaan pas door wat afstand te nemen en in dialoog met andere mensen.

de schat onder je haard

Ik moet denken aan het chassidische verhaal over Rabbi Eisik, zoon van Jekel. Hij krijgt drie keer een droom dat hij vanuit zijn woonplaats Krakau naar Praag moet gaan om daar onder de brug een schat op te graven. Als hij uiteindelijk op weg gaat en daar aan komt, blijkt dat de brug dag en nacht bewaakt wordt. Hij doolt daar rond en wordt aangesproken door de commandant. Rabbi Eisik vertelt zijn droom en wordt hard uitgelachen. De man zegt:
arme drommel, kom je hierheen vanwege een droom? Wie vertrouwt er nu op dromen. Dan had ik ook op pad moeten gaan. Want ik droomde eens dat ik naar Krakau moest gaan om naar een schat te zoeken die onder de haard zou liggen van ene jood genaamd Eisik, zoon van Jekel. Stel je voor, in een wijk waarin iedereen zo heet!’
Rabbi Eisik bedankte beleefd, rende naar huis, brak de haardplaat open en vond de schat.

durven dwalen

Als Eisik thuis was gebleven, had hij nog jaren voortgeleefd op zijn schat, zonder die te ontdekken. Onze dromen moeten we volgen en hardop vertellen, wil er wat in beweging komen. Ik wilde al heel lang een keer naar Santiago lopen en wilde wat afstand nemen van familie en vrienden. Mijn idee was om zo min mogelijk op de whatsapp te gaan maar wel af en toe een nieuwsbrief te schrijven. Door de positieve reacties op mijn schrijfstijl heb ik de stap gezet om een blog te beginnen. Iemand uit mijn hardloopgroepje vroeg eens verbaasd, wist je dan niet dat je goed kon schrijven? Natuurlijk had ik dat wel eens eerder gehoord maar nu ontdekte ik het door de ogen van de ander opnieuw. Het lag al op mij te wachten onder mijn eigen haard. Ik ben ervan overtuigd dat de tocht naar Santiago daarin iets voor mij gedaan heeft. Deze ‘omweg’ kan je niet overslaan. Ik bedoel niet dat je beslist eerst een eind moet gaan lopen, wel denk ik dat je soms wat moet dwalen en zijwegen bewandelen om uiteindelijk te ontdekken welke nieuwe wegen voor je open liggen.

Cees Nooteboom, De omweg naar Santiago, 1992, p.366
Martin Buber, Chassidische vertellingen, Servire, 6e druk, 1989

5 gedachten over “De omweg naar Santiago”

  1. Mooi stuk. De zin van Cees Nooteboom kende ik al wel, heb hem veel gelezen. Jouw toevoeging: het verhaal over de rabbijn geeft een extra dimensie.
    Ik ben zelf niet gelovig opgevoed. Dat de dogma’s van een geloof mij niet met de paplepel zijn meegegeven, vind ik met terugwerkende kracht prettig. Een keerzijde is dat ik niet vanzelfsprekend de verhalen heb meegekregen. Door kunstgeschiedenis te gaan studeren en veel te lezen spijker ik dat gemis wel bij. Want verhalen en parabels zijn belangrijk. Dank voor dit verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *