Brief aan mijn dochter

Deze zomervakantie heb ik het boek ‘Brief aan mijn dochter’ van Abdelkader Benali gelezen. Op de voorkant staat hij afgebeeld terwijl hij het voetje van zijn dochtertje kust, het is een treffend beeld voor de liefdevolle toon waarin het boek geschreven is. Benali schrijft aan zijn nog ongeboren en later in het boek, pasgeboren dochtertje Amber.

balans van zijn leven

In het boek maakt hij een soort balans op van zijn eigen leven tot nu toe. Hij vertelt over zijn jeugd als zoon van laaggeletterde migranten, over zijn vlucht in het lezen van literatuur en over de ontmoeting en relatie met zijn vrouw Saida.
Het tweede deel van het boek wordt steeds politieker en maatschappijkritischer en daarin deelt Benali zijn zorgen over de steeds groter wordende kloof tussen autochtoon en allochtoon. Hij spreekt zijn hoop en verwachting uit dat hun dochter het beste van twee werelden in zich zal verenigen. Benali gebruikt de brief als een soort literair stijlmiddel. Hij heeft niet echt brieven geschreven en de dochter kan nog niet terugschrijven, dat is duidelijk.

op kamers

Door dit boek in deze vorm moest ik denken aan de briefwisseling die ik met mijn eigen moeder gehad heb toen ik eind jaren zeventig net op kamers was. In ons studentenhuis was nog geen telefoon en één keer per week belde ik uit een telefooncel naar mijn vriendje en soms even naar mijn ouders. Als ik een weekend niet naar huis ging, schreef ik een brief. Ik deed die op de post, maar soms bracht mijn vriend de brief bij mijn ouders, die in dezelfde plaats woonden. Mijn eigen brieven zijn niet bewaard gebleven maar de brieven die mijn moeder mij gestuurd heeft wel.

brieven van mijn moeder

Op 26 november 1979 schrijft mijn moeder:
‘Lieve dochter, het is maandagmorgen 12.20 uur en ik zit al een brief te schrijven! Sinds ik jullie kamer niet meer heb te doen, kan dat, als je begrijpt wat ik bedoel! Een uur geleden kwam Bas je brief brengen. Gisteravond dacht ik de brievenbus al te horen en vanmorgen stond ik al in m’n pon in het halletje, maar niks hoor. Toen heb ik inderdaad gedacht: ík moet schrijven maar zij, ho maar. Maar nu is alles weer goed! Bedankt hoor meid, ‘t was weer smullen.’
Hoewel het jaren geleden is dat mijn moeder deze brief aan mij als dochter (toen 19 jaar) schreef, herinner ik me nog goed hoe ik me voelde toen ik haar brief voor de eerste keer las. Het was een lieve en hartelijke brief maar ik voelde me beklemd en geclaimd. Net of ik verantwoordelijk was voor het geluk van mijn moeder. Wat als een spontane actie begonnen was, een brief sturen als ik niet thuis kwam, werd nu een ongeschreven regel. ‘Maar nu is alles weer goed’, hier zat ik voor mijn gevoel dus voorgoed aan vast.

moeder en dochter

Begin jaren tachtig kocht ik het boekje ‘Terug-zien’, een briefwisseling tussen een moeder en een dochter, de schrijfster Mink van Rijsdijk (60) en haar dochter Claran Roger(24). Met het boekje willen ze een balans opmaken van hun relatie en de kortsluitingen van het verleden meer begrijpelijk maken aan elkaar, zo staat in het voorwoord. Ook hoopten zij dat andere moeders en dochters iets aan het boekje zouden hebben. Mijn idee was inderdaad om ook met mijn eigen moeder zo’n thematische briefwisseling op gang te brengen, maar dat is er niet van gekomen. Eerlijker is om te zeggen dat ik het niet heb aangedurfd om onze ‘kortsluitingen’ bij naam te gaan noemen en open te bespreken wat we aan elkaar opgedaan hebben in positieve en negatieve zin.

het nest verlaten

Nu ben ik zelf moeder en is mijn dochter van bijna twintig net vertrokken om een half jaar in het buitenland te gaan studeren. Na het lezen van Benali dacht ik dat het leuk zou zijn om in die periode brieven aan mijn dochter te gaan schrijven. Natuurlijk kunnen we nu in contact blijven via whats-app, skype en telefoon, maar echte brieven, dat is toch veel boeiender? Ik aarzel. Zit zij er op te wachten als ik terug ga blikken op mijn opvoeding en dat ga vergelijken met haar kindertijd en jeugd zoals Benali? Moeten we het hebben over onze ’kortsluitingen’ of is dat nog te vroeg en heeft ze daarvoor nog niet genoeg afstand van thuis genomen? Of moet ik het in mijn brieven aan haar houden bij vertellen over de dagelijkse dingen thuis en in de familie zoals mijn moeder deed?

antwoord gewenst

Een brief vraagt een antwoord. Benali heeft het voordeel dat een zuigeling nog niets terug kan zeggen. Interessant zou zijn als Amber over 20 jaar een brief terugschrijft aan haar vader en kan weergeven of en hoe zijn verwachtingen zijn uitgekomen. Dat helpt mij nog niet verder in mijn dilemma om wel of niet brieven te gaan schrijven aan mijn dochter. Misschien kan ik het beste mijn dochter deze column laten lezen en van haar reactie laten afhangen of het er van komt. Of ben ik nu weer te bang en laat ik opnieuw een kans liggen? De tijd zal het leren.

8 gedachten over “Brief aan mijn dochter”

  1. Misschien is laten lezen aan je dochter wel de beste optie.
    Brengt vast leuke open gesprekken op gang.
    Met veel plezier lees ik je blog!!

  2. Rita…Wat herkenbaar wat je schrijft over moeder/dochter.
    “Maar nu is alles weer goed”

    Ik zou wel brieven gaan schrijven.
    Zal ze ze nu niet lezen ze bewaart ze vast voor later wel. Een geschreven brief is toch heel waardevol!
    Succes met schrijven verder.. Leuk om je te volgen!!

  3. Rita, gewoon schrijven. Welke schrijver was het die kortgeleden vertelde welgeteld één brief te hebben van zijn vader waaruit hij iets gewaar werd omtrent diens ‘zieleroerselen’? Wat een armoe!

  4. Hoi Rita,
    Mooi geschreven.
    Ik herken me erg in de zin: Het was een lieve en hartelijke brief maar ik voelde me beklemd en geclaimd. Net of ik verantwoordelijk was voor het geluk van mijn moeder.
    Dat gevoel ken ik . Mijn moeder zegt daarbij wel altijd: Je weet dat je mij altijd kunt afzeggen. Dat meent ze ook, maar dat voelt voor mij niet goed. Ik gun haar inderdaad mijn aandacht.
    Groeten, Jolien

  5. Hoi Rita,
    zoals de predikant niet kan bewerkstellingen wat de toehoorder met zijn preek doet, zo kan de schrijver niet bewerkstelligen wat de lezer met een brief doet. Belangrijk en mooi aan een brief is wat je in je binnenste voelt en wat zich roert en dat je daar de ander kennis van laat nemen. Kortom: als je invloed wilt uitoefenen, ga in gesprek; als je iets moois uit je eigen binnenste wilt delen: altijd doen!

  6. Dag Rita,
    Je hebt mij geïnspireerd. Ik ben vanmiddag aan een brief begonnen aan een vriendin. Het is zalig om te schrijven, maar dat had jij al ontdekt. 🙂
    Ik herken je schroom om te schrijven aan je dochter. Ik zou vol vuur willen zeggen: ga schrijven, maar ik zou het zelf niet durven!
    Wat ik je wel van harte kan zeggen: volg je hart!
    Groet, Marielle

  7. Ha Rita, Na vanavond ben ik natuurlijk direct even je column gaan lezen. Hester moest eens weten hoe er rondom haar getobd wordt en iedereen vrolijk meedenkt.
    Ik vind het idee om haar de column te laten lezen wel mooi. Misschien zegt ze: kom maar op met die brief. Of ze reageert niet, dat schept dan ook wel duidelijkheid. Als je hem nu stuurt/durft sturen, kan ze het nog met Daan bespreken, dat is misschien wel fijn voor haar. Of niet, het is maar een idee.
    Je moeder had dit allemaal niet in de gaten, dat maakt het leven toch een stuk eenvoudiger.

    Groetjes, Jeanette

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *